Zaalvoetbal

Zaalvoetbal is een variant van voetbal die erg populair is, en de sport wordt, wereldwijd, door heel veel mensen gedaan. Maar waar komt de sport eigenlijk vandaan? Op deze pagina zullen we uitleg geven over de ins en outs van zaalvoetbal. De sport wordt, vooral internationaal, vooral aangeduid met de naam Futsal. We zullen deze 2 termen dan ook door elkaar gebruiken. Aan de hand van een aantal punten, zullen we de lezer duidelijk maken waar de sport vandaan komt, en hoe de sport momenteel wordt gespeeld.

De historie van zaalvoetbal

In de jaren 30 van de twintigste eeuw werden de eerste zaalvoetbalwedstrijden gespeeld. De sport is ontstaan in Argentinië. Pas in de jaren 60 werd er voor het eerst in Nederland in de zaal gevoetbald. De naam Futsal komt ook uit de Spaanse taal. Het is namelijk een samenvoeging van 2 Spaanse woorden. Fútbol en Sala. Deze woorden betekenen voetbal en zaal. Tegenwoordig is de sport zo groot dat er zelfs officiële FIFA-wereldkampioenschappen worden gehouden. In 1989 werd zo’n WK georganiseerd in Nederland. Nog nooit werd Nederland wereldkampioen, wel haalde Oranje een keer de finale.

De spelregels

Zaalvoetbal lijkt in principe redelijk op voetbal, maar er zijn een aantal grote verschillen. De spelregels zijn op een hele andere manier bedacht, omdat er wordt gespeeld op een kleiner veld, en uiteraard niet op gras. We zullen een aantal belangrijke regels van het zaalvoetbal hier noemen, zodat je een beetje een beeld kunt krijgen van hoe een zaalvoetbalwedstrijd eraan toe gaat.

Om te beginnen is het belangrijk om te vermelden dat zaalvoetbal wordt gespeeld met teams van 5 spelers. Van deze spelers, mag alleen de keeper de bal aanraken met zijn handen. De regels die de keeper betrekken zijn relatief streng. Zo is het niet toegestaan om de keeper 2 keer in te spelen, als de tegenstander tussen de 2 keren niet de bal heeft aangeraakt. Wel mag de keeper 2 keer achter elkaar worden ingespeeld als in de tussentijd de bal is uit geweest. Ook is het voor de keeper niet toegestaan om de bal langer dan 4 seconden in bezit te hebben op zijn eigen speelhelft.

Verder is het zo, dat er bij zaalvoetbal een stuk minder fysiek contact wordt toegestaan, als bij normaal voetbal. Het maken van een sliding is sowieso niet toegestaan, en de meeste vormen van duwen worden gelijk bestraft met een vrije bal voor de tegenstander. De vrije trappen moeten binnen 4 seconden worden genomen. Gebeurt dit niet, dan wordt de vrije trap aan de tegenstander gegeven. Als een bal uitgaat, wordt er geen ingooi gebruikt. De speler moet de bal intrappen, vanaf het punt waar de bal het veld heeft verlaten.

Een groot verschil met veldvoetbal is het feit dat er bij zaalvoetbal onbeperkt mag worden gewisseld. In 2012 heeft de FIFA ervoor gekozen om maximaal 9 wisselspelers toe te laten. Het team bestaat dus maximaal uit 14 spelers. 5 basis- en 9 wisselspelers. Voor 2012 was er een maximum van 7 wissels. Als je wil wisselen, moet dat in de speciale wisselzone. Elk team heeft zo’n zone. Er kan worden gewisseld wanneer men wil, dus ook wanneer de bal in het spel is. Uiteraard moet de speler die het veld verlaat, eerder uit het veld zijn, dan dat de wisselspeler in het veld komt.

Het speelveld

Het speelveld van zaalvoetbal is een stuk kleiner dan een ‘normaal’ voetbalveld. Het veld mag namelijk maar maximaal 42 meter lang zijn, en 25 meter breed. Bij voetbal is dit een stuk langer, en mag het veld maximaal 120 meter lang zijn, en 75 meter breed. Als compensatie voor dit feit, heeft de FIFA, de beleidsbepaler van het internationale zaalvoetbal, ervoor gekozen om geen buitenspelregel te implementeren bij de sport. Ook de doelen zijn kleiner, en het doelgebied van de keeper is slechts een halve cirkel, met een straal van 6 meter. De doelen van zaalvoetbal zijn overigens even groot als de handbaldoelen. Dit feit heeft ervoor gezorgd dat de meeste sporthallen multifunctioneel zijn.

De scheidsrechters

Tijdens officiële wedstrijden wordt er gebruik gemaakt van 3 scheidsrechters, en iemand die de tijd in de gaten houdt. De eerste scheidsrechter is hoofdverantwoordelijk, en gaat over de overtredingen. De 2e scheidsrechter zijn taak is het in de gaten houden van de doellijnen. Is de bal over de lijn, dan geeft deze man of vrouw dit aan. Ook moet hij de 1e scheids assisteren bij het zien van overtredingen. De 3e scheids werkt samen met de man of vrouw die de tijd bijhoudt. Ook houdt hij alle overtredingen bij, die gemaakt zijn. Als 1 van de scheidsrechters geblesseerd raakt, wordt hij vervangen door degene onder hem.

Zo begint een wedstrijd

Voordat de wedstrijd begint, wordt er een munt opgegooid, die bepaalt welk team mag beginnen aan de wedstrijd. Degene die begint, neemt een aftrap in het midden van het veld. De 2e helft wordt begonnen door het andere team. Ook de 2e helft wordt gestart door het nemen van een aftrap. Als er wordt gescoord, neemt het team dat een goal tegen heeft gekregen de aftrap. Als de scheidsrechters hebben gezien dat de bal het plafond heeft aangeraakt, wordt er op de plek recht onder de plaats waar de bal het plafond raakt, een aftrap genomen. Het team dat niet tegen het plafond schoot, neemt deze aftrap.

Gele en rode kaarten

Net als in bij veldvoetbal, kan er in het zaalvoetbal door de scheidsrechter een kaart worden uitgedeeld aan een speler. Een rode kaart heeft als gevolg dat de dader het veld moet verlaten, en niet meer mag betreden. 2 minuten wordt er door het team gespeeld met 4 mensen in plaats van 5. Als er binnen deze 2 minuten wordt gescoord door de tegenstander, mag er echter ook gelijk een extra speler worden toegevoegd, zodat het weer 5 tegen 5 is. Bij het behalen van 2 gele kaarten, krijgt de speler ook een rode kaart.