Succes van het Nederlandse zaalvoetbal

Het Nederlandse voetbal heeft een bepaalde stijl, die, samen met de Braziliaanse, tot de meest herkenbare stijlen van de wereld hoort. Het zogenaamde Totaalvoetbal is namelijk typisch Nederlands, en wordt door grote clubs als FC Barcelona en FC Bayern München gebruikt als voorbeeld. We zullen hieronder kort uitleggen wat deze stijl inhoudt, en waarom deze heel goed bij zaalvoetbal past.

Totaalvoetbal

Het totaalvoetbal is puur gebaseerd op het hebben van een goede techniek. Elke speler is belangrijk in dit systeem, en moet allround kunnen voetballen. Dit heeft te maken met het feit dat de spelers constant van positie moeten wisselen. Dit geldt zowel bij balbezit, als bij balverlies. Als iedereen constant zijn taak uitvoert, heeft het team op elke moment een mannetje meer. Verdediger schuift in naar het middenveld, en een middenvelder daarna naar de aanval. Zo wordt een meerderheid gecreëerd, waarna men gevaarlijk kan worden voor het doel. Nederland, en met name Rinus Michels en Johan Cruijff, zijn verantwoordelijk voor het ontdekken van deze vorm van voetbal. Ons land werd in de jaren 70 bekend met dit voetbal, en oogstte veel ontzag in de rest van de wereld.

Het feit dat deze stijl nu gehanteerd wordt door toonaangevende voetbalclubs, geeft aan dat er veel respect is voor de zogenaamde Hollandse Speelwijze. Doordat het Nederlandse voetbal niet genoeg geld heeft, kunnen de juiste spelers voor het totaalvoetbal niet worden behouden, en kunnen alleen clubs met veel kapitaal nog spelen op deze manier.

De link met het zaalvoetbal

Maar wat heeft het totaalvoetbal nou eigenlijk te maken met zaalvoetbal? Als we luisteren naar wat voormalig bondscoach van het Nederlandse zaalvoetbalteam Marcel Loosveld zegt, komen we hier achter. Het totaalvoetbal is gebaseerd op het hebben van de bal. Bij zaalvoetbal, krijgen alle spelers in de zaal de bal een stuk meer dan bij veldvoetbal. Hierom is het heel belangrijk dat de techniek van de spelers dusdanig is ontwikkeld, dat de bal zo lang mogelijk in de ploeg kan worden gehouden. Door te trainen om manieren die ook gebruikt werden bij totaalvoetbal, kan dit voetbalsysteem voor veldvoetbal zorgen voor veel verbetering in de zaal.

Maar hoe kan het dan zo zijn, dat wij Nederlanders geen successen boeken in de zaal? De beste prestatie was een tweede plaats op het WK zaalvoetbal. Uiteraard kunnen we hier best trots op zijn, maar er dient wel een kanttekening bij worden gemaakt. Dit was namelijk het eerste WK dat werd gehouden in de zaal. Nog niet veel landen deden mee, en Nederland was een van de eerste landen dat zaalvoetbal zag als een serieuze sport.

Toen andere landen hetzelfde idee kregen, streefden ze Nederland voorbij. Tegenwoordig is het behalen van een Europees- of een Wereldkampioenschap eerder een prestatie op zich, dan een vanzelfsprekendheid. De laatste keer dat Nederland meedeed aan het WK, was in het jaar 2000. Hier werd Nederland 1e in de poule, maar verlieten ze in de 2e ronde het toernooi. In 2014 deed Nederland voor het eerst in 9 jaar weer mee aan het EK voor landen. Jammer genoeg wist Nederland niet door te dringen tot de 2e ronde, hoewel 2 van de 3 landen doordingen uit de poulefase. Het EK in 2017 werd niet gehaald, en laatst werd ook de laatste kans om het EK in 2018 te halen gemist door het Nederlandse team.

Hoe nu verder?

Maar wat kan er nou gebeuren om ervoor te zorgen dat het Nederlandse zaalvoetbal eindelijk stappen gaat maken? In 2010 heeft de KNVB een plan bedacht, dat ervoor moest zorgen dat het Nederlandse zaalvoetbalteam sterker zou worden. Zoals je misschien als snapt heeft dit plan tot nu toe geen vruchten geworpen. Toch zullen we een aantal belangrijke punten van dit plan noemen.

Het eerste punt heeft te maken met een aantal mensen dat actief is bij een zaalvoetbalclub. Volgende KNVB moet dit aantal groeien naar 130.000 mensen. Hoe meer voetballers er actief zijn in de zaal, hoe meer kwaliteit er zou opduiken, is de theorie. Of deze theorie klopt, kunnen we helaas nog niet aangeven, omdat het aantal bij lange na niet wordt gehaald. Mensen zijn in Nederland blijkbaar niet enthousiast genoeg voor het voetballen in de zaal.

De twee andere punten kunnen beter gezien worden als doelen voor het Nederlandse zaalvoetbal. De eerste geeft aan dat Nederland volgens de KNVB structureel moet deelnemen aan zowel de EK’s als de WK’s. Ook dit doel wordt dus nog niet gehaald.

Ook het feit dat Nederland in de top 10 van de wereldranglijst moet staan, is nog lang niet bewerkstelligd. Nederland staat op het moment van schrijven op een 20e plek. Sinds 2016 is er een nieuwe trainer die de scepter zwaait. Hopelijk kan Max Tjaden ervoor zorgen dat Nederland stappen gaat maken, maar de eerste 2 EK’s waar hij zich voor kon kwalificeren, werden gemist. Om van licht aan het einde van de tunnel te spreken, is dus nog niet toepasselijk.